Feuerstein


Instrumenteel Verrijkingsprogramma (Instrumental Enrichment) en Instrumenteel Verrijkingsprogramma Basic (Instrumental Enrichment Basic)

Het Feuerstein programma is na de Tweede Wereld Oorlog door professor Reuven Feuerstein ontwikkeld. In dit tijd kwamen vele wezen uit concentratiekampen naar het nieuwe Israël. In Israël bleken de kinderen massaal zeer zwak op de standaard IQ-testen te scoren. Professor Feuerstein legde zich niet bij deze uitslagen neer en ontwikkelde Instrumental Enrichment (het Instrumenteel Verrijkingsprogramma).
Instrumental Enrichment richt zich op het stimuleren van leerstrategieën en denkvaardigheden. Het gaat uit van de modificeerbaarheid van alle mensen. Dit wil zeggen dat elk mens, ongeacht zijn huidige niveau (of IQ) de mogelijkheid in zich heeft om zich verder te ontwikkelen.
Deze modificeerbaarheid wordt Structural Cognitive Modifiability (Structurele Cognitieve Modificeerbaarheid) genoemd.
De Feuerstein methode bestaat uit drie pijlers:
1. Mediated Learning Experience (de Gemedieerde Leerervaring).
2. The Cognitive Functions (de Cognitieve Functies).
3. Instrumental Enrichment (het Instrumentele Verrijkingsprogramma).

Ad. 1. De Gemedieerde Leerervaring betekent dat de Feuerstein begeleider (mediator) aansluit op het kind (de jongere, de volwassene). Universele mediatiecriteria hierbij zijn Intentionaliteit en Wederkerigheid, Transcendentie, Zingeving. Deze mediatiecriteria zijn voorwaarden tot het aansluiten op het kind. Verder bestaan er verschillende situatie en context gebonden mediatiecriteria waaronder 'mediatie van bekwaamheidsgevoelens' of 'mediatie van deelgenootschap'.

Ad. 2. De Cognitieve Functies zijn functies die de mens inzet bij het denken. Deze functies zijn niet bij iedereen in dezelfde mate ontwikkeld. Ze zijn nodig voor het leren en kunnen bij iedereen, ongeacht zijn huidige niveau van functioneren, ontwikkeld en getrained worden. Er wordt een onderverdeling gemaakt in cognitieve functies op inputniveau (bijvoorbeeld Waarnemen, Systematisch Zoeken en Benoemen), verwerkingsniveau (bijvoorbeeld Vergelijken, Alle Informatie Bijhouden en Verbanden Leggen) en outputniveau (bijvoorbeeld Je begrijpbaar Uitdrukken, Niet Gissen en Missen en Foutloos Transporteren).


Ad. 3. Het Instrumental Enrichment programma bevat veertien instrumenten die elk bestaan uit een aantal werkbladen die aansluiten op de te trainen cognitieve functies. Tijdens het werken met de werkbladen begeleidt (medieërt) de mediator (begeleider) het kind (de jongere / De volwassene) op een manier waardoor hij/zij effectiever en zelfstandiger leert denken en handelen. Het zelfvertrouwen en de motivatie krijgen door deze manier van werken een positieve impuls waardoor het plezier in leren terugkomt.
Tijdens elke training wordt nagegaan in welke situaties het geleerde toepasbaar is (transfer). Zo staat het leren niet op zichzelf, maar is vakoverstijgend.
Het Instrumentaal Verrijkingsprogramma is ontwikkeld door Prof. Reuven Feuerstein. Tot op de dag van vandaag wordt het Werken met Instrumental Enrichment verder ontwikkeld. In de loopt de jaren is het programma voor hoe langer hoe meer kinderen in verschillende situaties ingezet. Het gaat hier bijvoorbeeld om leermoeilijkheden, aangeboren achterstand, of achterstand door ziekte of traumatische ervaringen of (hoogbegaafde)onderpresteerders.
Feuerstein gaat ervan uit dat de cognitieve-, verbale- en sociaal emotionele ontwikkeling van ieder kind te stimuleren en verder ontwikkelen is. Dit wordt tegenwoordig steeds meer door wetenschappelijk onderzoek onderbouwd. Uit huidige ontwikkelingen in de neuropsychologie en neurobiologie komt de plasiticiteit (modificeerbaarheid) van het brein naar voren.
Het Instrumentaal Verrijkingsprogramma is geschikt vanaf een leeftijd van 10 jaar to ver in de volwassenheid. Instrumental Enrichment Basic (Instrumenteel Verrijkingsprogramma Basis-versie) is hetelfde van opzet en geschikt voor jonge kinderen vanaf 4 á 5 jaar.


Learning Potential Assessment Device (LPAD)

Voor onderzoek naar de (Deficiënte) Cognitieve Functies heeft professor Reuven Feuerstein de Learning Potential Assessment Device (LPAD) ontwikkelt. De LPAD is een Dynamisch Assessment. Deze brengt het leerpotentieel van het kind (de jongere, de volwassene) in kaart. De LPAD  bestaat uit een prefase, een leerfase en een postfase. Tijdens de leerfase wordt het kind begeleid (gemedieerd). Deze leerfase is essentieel, omdat niet alleen gekeken worden naar wat een kind/jongere tot nu toe laat zien van wat hij kan, maar tevens een beeld verkregen wordt van zijn verdere groeimogelijkheden. Door de hoeveelheid mediatie, de intensiteit van de mediatie het soort mediatie kan een inschatting gemaakt worden van het leerpotentieel van het kind en de hoeveelheid en het soort van begeleiding de nodig is. Tijdens de Dynamisch Assessment blijkt welke cognitieve functies verder getraind moeten worden. 
Er wordt gezocht naar wat het kind al kan.
Hier vanuit wordt gekeken hoe de ontwikkeling van het kind verder ontwikkeld kan worden.
In een verslag worden concrete begeleidingsadviezen voor de ouders, school en (verschillende) begeleiders gegeven.


Dynamic Assessment Tzuriel

Naast het Instrumenteel Verrijkingsprogramma en de LPAD materiaal wordt gewerkt met het Dynamic Assessment materiaal van Prof. David Tzuriel. Dit materiaal is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar. Het materiaal kan ingezet worden als Dynamisch Assessment. Ook wordt het materiaal ingezet als trainingsmateriaal.
De methode van werken komt overeen met Instrumental Enrichment en het (vaak concrete) materiaal kan aanvullend op Instrumental Enrichment (Basic) gebruikt worden.


Basis Concepten Programma

Het Basis Concepten Programma (Basic Concepts Programme) is een metacognitief programma voor jonge kinderen (4-8 jaar) en kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Het is ontwikkeld door Dr. Louis Benjamin uit Zuid-Afrika. Het programma is ontwikkeld om leerstrategieën en denkvaardigheden te stimuleren. In het programma wordt gewerkt met zowel hogere concepten (kleur,vorm, grootte, positie en aantal) als met het leren van verschillende kleuren (rood, blauw, geel, groen, bruin, zwart), vormen (vierkant, rechthoek, cirkel, ruit, driehoek) enzovoorts. Het kind leert door middel van denkstimulering/mediatie abstracter te denken.